Vrijwilligers slaan de handen ineen

 

carte carte

hamburg  1

hamburg  2

hamburg  3

hamburg  4


hamburg  5

hamburg  6

In de Medoc zijn er heel wat cultuurhistorische verenigingen. In de meeste gevallen zetten zij zich onafhankelijk van elkaar in voor bijvoorbeeld het behoud van gebouwen (zoals kerken, industriecomplexen of kastelen), het organiseren van excursies of, om maar wat anders te noemen, het inventariseren de bezienswaardigheden. Het gaat daarbij om vrijwilligers, die met hun inzet zowel de eigen bevolking als de toeristen helpen de Médoc beter te leren kennen. Bovendien blijft de historische achtergrond van de regio door deze activiteiten behouden.

Om de inzet van de vrijwilligers beter de coördineren, hulpmiddelen te bundelen en samen naar creatieve oplossingen te zoeken zijn op initiatief van de vereniging Amis des Patrimoines de Lacanau et du Pays Landescot uit Lacanau zeven verenigingen bij elkaar gekomen. Na een eerste kennismaking werd gesproken over de problemen waar de verenigingen voor staan. Aan de hand van de als voorbeeld gekozen vesting van Blanquefort werd duidelijk met wat voor moeilijkheden de vrijwilligers daar te kampen hebben. Marietta Dromain van de Vereniging GAHBLE zei daarover in een toelichting:

Ongeveer 15 tot 20 vrijwilligers van alle leeftijden, maar hoofdzakelijk jongeren en studenten, komen één maal per maand op zondag naar de vesting van Blanquefort om onkruid en wildgroei van struiken te bestrijden en om bomen weg te halen. Dat gebeurt allemaal met de hand. Het gaat om een gebied dat toebehoort aan een biologische veehouderij en het is ons daarom verboden om chemische producten te gebruiken. Chemische producten zouden trouwens ook de stenen van de vesting kunnen aantasten.

Een andere taak die wij hebben is het toegankelijk maken van de vesting voor het publiek. Inmiddels hebben we daar een aantal voorbereidingen voor getroffen: een houten trap maakt de bezichtiging van een indrukwekkende zaal mogelijk, talloze brokken steen zijn verplaatst om een vrije toegang te maken, de door erosie bedreigde delen zijn afgedekt met plastic, dat regelmatig wordt vernieuwd. Uiteindelijk is ons doel om met vrijwilligers door middel van rondleidingen en brochures informatie en uitleg over de vesting te geven.

Voor de studenten is het vrijwilligerswerk nuttig, omdat ze er hun curriculum vitae mee kunnen uitbreiden en dat vergroot hun kans op werk. Onder de vrijwilligers heerst een leuke sfeer en iedereen vindt er wel zijn eigen plekje.

Helaas staan we voor een groot aantal problemen en voor enkele van die problemen is eigenlijk geen oplossing te vinden. Er bestaat bijvoorbeeld geen ongevallenverzekering voor werkzaamheden die worden uitgevoerd op meer dan 2 meter boven de grond. De vestingmuren zijn op sommige plaatsen wel 14 meter hoog en we kunnen de klimop en de braamstruiken daar dus niet verwijderen. Alternatieven zijn er niet. Bovendien hebben we problemen doordat er water in de vesting naar binnen komt. Eén van de zalen moeten we regelmatig leeghozen om te voorkomen dat steen en voegwerk afbrokkelen en plafonds verzakken. Je zou de zaal daarboven moeten overkappen, maar daarvoor kregen we geen toestemming van de monumentenzorg. Regelmatig raken er stenen los, maar de dienst verbiedt het ons ook om die stenen weer in de muren terug te plaatsen.

Ontbrekende middelen zijn een bijkomend probleem. De vesting staat op een grondstuk dat privé eigendom is. Met de eigenaar hebben we een verdrag dat ons toestaat aan de vesting te werken, maar hij draagt er van zijn kant niets aan bij. Hierdoor kunnen we de stenen boog boven één van de toegangen, die naar beneden dreigt te komen, niet herstellen en stutten om zo het instorten te voorkomen. De DRAC, een culturele instantie, heeft ons slechts toegezegd een vierde van de kosten te vergoeden en voor ons waren er dan nog de kosten voor een voor monumentenzorg gekwalificeerde architect bij gekomen.

Het blijft te hopen dat deze eerste samenkomst van vrijwilligersverenigingen ook concrete gevolgen zal hebben, zoals gezamenlijke projecten, de bundeling van hulpmiddelen en wederzijdse ondersteuning. Maar zonder voldoende vrijwilligers kunnen de verenigingen, die nu bij elkaar zijn gekomen, niet werken aan een verdere uitbreiding van het culturele aanbod in een gebied, dat over het algemeen als een culturele woestijn wordt aangeduid. Dus: help mee om het culturele niveau van onze Médoc te verheffen!

Christian Büttner (Saint-Vivien), vertaling: Marius van Deventer